Conclusie

Het doel van dit integraal huisvestingsplan onderwijs is om als schoolbesturen en gemeente samen een plan voor de toekomst te hebben over hoe we om willen gaan met de huisvesting voor onderwijs in IJsselstein.

Door een drietal thema’s te hanteren is er breed naar deze toekomst gekeken. We zien dat er in die toekomst allerlei ontwikkelingen spelen die invloed hebben op onderwijshuisvesting en dit vraagt om een brede blik. We hebben daarom drie thema’s gehanteerd die op meerdere plekken in het IHP terugkomen. Er is gekeken naar de functie van scholen voor onderwijs, ondersteuning en ontmoeting, naar de ontwikkeling van leerlingenaantallen en onderwijsconcepten en naar de kwaliteit van de gebouwen. Ook hebben we onze ambitie voor deze thema’s geformuleerd.


Deze toekomstvisie is vergeleken met de huidige situatie en voor de gebieden/wijken die we in het IHP onderscheiden vertaald naar een toekomstbeeld met betrekking tot de onderwijshuisvesting. Uit deze vergelijking komt naar voren dat er een behoorlijke opgave ligt op het gebied van onderwijshuisvesting in IJsselstein. Soms gaat het om een unieke vraag voor een verzorgingsgebied, soms om een algemene vraag voor heel IJsselstein. Zo ontstaat voor ieder gebied een andere opgave.


In de gebieden Centrum en Noord ligt een behoorlijke investeringsopgave. Voor Centrum is dit een opgave op de korte termijn, voor Noord gaat het om de middellange termijn. Een investeringsopgave op korte termijn geldt ook voor de Baanbreker en de Wenteltrap, maar daar moet eerst nog de vraag worden beantwoord of de Baanbreker niet beter op haar plaats is in Nieuwegein. In Zuid en West liggen andersoortige opgaven die vooral voortkomen uit de daling van het aantal leerlingen. Deze leerlingendaling speelt in heel IJsselstein, maar in de andere gebieden krijgt dit een plek in de investeringsopgave. Voor Zuid is de belangrijkste opgave dat er een plan en ruimteverdeling tussen de scholen komt waardoor krimp en leegstand geen bedreiging vormen voor de kwaliteit van het onderwijs. In West ligt het accent van de krimp juist bij de vraag hoe dit ingezet kan worden om de ambitie voor meer samenwerking te ondersteunen. Vooral bij West, maar ook in de andere gebieden, zijn voorzichtige uitspraken gedaan over vernieuwende en vrij verregaande vormen van samenwerking die verkend kunnen worden.

Al met al best een forse en brede opgave. En ook een opgave die op termijn om een behoorlijke investering vraagt in geld en tijd. Je kunt niet alles tegelijk doen en dat is ook niet nodig. Het is belangrijk om te kijken waar de prioriteiten liggen. Om nu geen grote besluiten te nemen zodat we afhankelijk van (demografische) ontwikkelingen niet gebonden zijn. Financieel gezien is geprobeerd een balans te vinden tussen noodzaak, ambitie en een effectieve inzet van schaarse middelen. Er zijn keuzes gemaakt met het uitgangspunt sober en doelmatig in het achterhoofd. Sober in de zin dat we niet investeren als het niet noodzakelijk is. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot de keuze om investeringen voor de Nicolaasschool niet mee te nemen omdat de school nog in goede bouwkundige staat verkeert en op de middellange termijn misschien wel op gaat in de MFA aan de Touwlaan. Doelmatig is op twee manieren toegepast. Ten eerste is gekeken naar het juiste moment om te investeren. Een voorbeeld hiervan is de keuze om maatregelen bij de Wenteltrap afhankelijk te maken van besluitvorming over de Baanbreker. Ten tweede heeft de investering tot doel om het gewenste resultaat bereiken. Vanuit het perspectief van het IHP betekent dit dat investeringen leiden tot toekomstbestendige gebouwen. En een toekomstbestendig gebouw betekent dat er naast de wetgeving van dit moment ook is gekozen voor duurzaamheid, flexibiliteit, multifunctionaliteit en een goed binnenklimaat. De capaciteit die nodig is om het IHP uit te voeren moet zowel van de gemeente als de schoolbesturen komen. Ook hierin zijn keuzes gemaakt. Geprobeerd is vooral de grotere projecten over de tijd te verspreiden. De afspraken die hierover zijn gemaakt, zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma.


Met het IHP ligt er een plan dat:


  • Strategisch en tactisch van aard is met een aanzet voor uitvoering;
  • Draagvlak heeft;
  • IJsselstein breed is;
  • Naar de huidige situatie kijkt, maar ook toekomstgericht is;
  • Anticipeert op ontwikkelingen;
  • Een integraal beeld geeft;
  • Realiseerbaar is en een basis biedt om verder te gaan.